Jeduthun

Cees het Jonk

Jaren hebben we gezongen onder de bezielende leiding van Cees het Jonk, een fantastische tijd !  Daarom ontbreekt hij niet op onze website.
 

Inhoud

  1. Interview door Sjaak Verboom, gepubliceerd door RD op 19 mei 2008
  2. Opname van afscheidsconcert in 2008
  3. Interview door Drs. P.J. Vergunst bij het jubileum van Jeduthun, gepubliceerd door het RD op 8 november 1994

Een muziekweg met dorens en stekels

Een interview, gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad d.d. 19-05-2008, Foto Sjaak Verboom

Welk spoor hij na veertig jaar dirigeren achterlaat in de koorwereld? Cees het Jonk (60): „Ik heb mensen liefde voor de muziek willen bijbrengen. En dat op een eerlijke manier, zonder foefjes of spelletjes.” Vrijdag legt de dirigent zijn stokje definitief neer.

Voor hem had het niet gehoeven, een officieel afscheidsconcert. Maar het bestuur van het reformatorisch jongerenkoor Chenánja uit Ede, zijn laatste koor, vond dat Cees het Jonk de koorwereld niet stilletjes mocht verlaten. „En als het dan toch moet, dan graag in een volle Bovenkerk.”
Oud-leden van de koren die de Woudenberger in de loop der jaren dirigeerde, zijn opgeroepen mee te doen aan het afscheidsconcert, vrijdagavond in Kampen. „Ik heb aangegeven dat ik heel graag nog eens de samenzang van twee psalmen dirigeer: Psalm 42 en 116. Het zijn naast Psalm 43 m’n lievelingspsalmen.” Waarom hij ermee stopt? „Ik heb altijd gezegd dat ik er met m’n 60e een punt achter zou zetten. Als dirigent kun je makkelijk avond aan avond in de weer zijn. Dat wil ik niet meer. Daarom heb ik in de achterliggende jaren de ene na de andere functie in de muziekwereld neergelegd. En nu dus ook bij Chenánja.”

Bij elkaar opgeteld komt Het Jonk op meer dan tien koren waar hij de achterliggende vier decennia voor kortere of langere tijd de scepter zwaaide: een aantal koren op Flakkee, mannenkoor Jeduthun, gemengd koor Magnalia Dei (beide uit Amersfoort), het Ridderkerks Mannenkoor, het Veenendaals Christelijk Mannenkoor. De lijst is niet compleet.

En dan nog het schoolkoor en -orkest van het Van Lodensteincollege. Al 32 jaar is Het Jonk als muziekdocent aan de Amersfoortse middelbare school verbonden; 28 jaar lang was hij verantwoordelijk voor het koor en het orkest van de school. Hij heeft het altijd met veel plezier gedaan, vertelt hij. „De jongens en meiden wilden zó graag.” Tegelijk was het een moeizame weg. „De eerste rector, drs. L. Kooijman, heeft zich er destijds sterk voor gemaakt dat koor en orkest er kwamen. Nadat Kooiman wegging, is het altijd een taai gevecht geweest. Daarom ben ik er een paar jaar geleden mee gestopt.”

Rooskleurig

Terugblikkend stelt Het Jonk vast dat zijn weg in de muziekwereld „bezaaid was met dorens en stekels.” Het begon echter allemaal heel rooskleurig.

De muziekwereld is een aparte wereld, concludeert Het Jonk als hij terugkijkt. „En aan mij zal ook wel het nodige mankeren.” Dat er zo vaak iets misgaat rond dirigenten en organisten, komt volgens hem doordat „muzikanten een gevoelig volkje zijn. Tenminste, je hebt natuurlijk ook zakelijke organisten en dirigenten. Als je hier en daar de gemeentezang hoort: vreselijk! Zonder beleving, zonder gevoel. Maar echte kunstenaars zijn gevoelsmensen. Die liggen ’s nachts wakker.”

Cees groeit op in Melissant, op Flakkee. Als 4-jarig jochie speelt hij al orgel. Als hij 8 is, mag hij op les bij een oom. Op z’n 14e wordt hij organist van de plaatselijke gereformeerde gemeente. Twee jaar later gaat hij intensief muziekles volgen bij Gerrit Zoon: orgel, piano en koordirectie. „Iedere donderdagmiddag op de brommer naar Sommelsdijk, waar ik vier uur lang les kreeg.”

Als hij 18 is, gaat hij als bas zingen op het koor Laus Deo in Melissant. Algauw begeleidt Cees het koor. En als de dirigent na een poosje het stokje neerlegt, neemt Cees het over. „Vóór m’n 20e.” Hij gaat er direct voluit tegenaan. „Het eerste wat ik deed, was voor de eerstvolgende kerstuitvoering een cantate programmeren.” Het loopt op een mislukking uit. „Het hele zaakje ging fout. Ik durfde de eerste tijd erna niet meer op het dorp te komen.”

Toch heeft hij ervan geleerd. „Ik ben blij dat ik die klap gehad heb. Ik heb geleerd rustig te beginnen bij een koor. Wat dat betreft gaat er nogal eens wat mis in de koorwereld. Ik zie met enige regelmaat een jonge dirigent van wie ik denk: Je grijpt te hoog met dat repertoire. Je moet geen capriolen gaan uithalen, begin maar eenvoudig.”

Aanvankelijk werkt Cees op het land. „Zo ging dat: als 14-jarige moest je meeverdienen.” Na een paar jaar gaat hij echter in de bouw werken. In zijn avonduren volgt hij middelbaar onderwijs. Daarnaast begint hij een eigen muzieklespraktijk, en volgt hij op zaterdagmorgen een dirigentencursus in Den Haag. Zijn muziekcarrière neemt in korte tijd een hoge vlucht. Inmiddels is hij ook hoofdorganist in twee hervormde kerken: in Dirksland en in Oude-Tonge.

Rond z’n 22e gaat Cees -inmiddels is hij getrouwd- naar het conservatorium in Rotterdam, waar hij orgel, piano en koor- en orkestdirectie studeert. „Ik was helemaal op weg naar de top.”

Na drie jaar is het echter ineens helemaal afgelopen. Op tragische wijze verliest het echtpaar Het Jonk plotseling zijn eerste kind, een 3-jarig jochie. „We waren ineens oude mensen.” Als gevolg van het verlies gooit Cees de muziek helemaal aan de kant. „Ik kon geen noot muziek meer verdragen. Ik heb m’n klompen gepakt en ben weer in de bouw aan het werk gegaan.”

Precies een jaar later echter neemt zijn leven weer een wending, terug naar de muziek. Rector Kooijman van het Van Lodensteincollege, dat dan pas begonnen is, is op zoek naar een muziekdocent en vraagt het echtpaar Het Jonk een keer in Amersfoort te komen kijken. Voordat hij het weet, krijgt Het Jonk te horen dat hij is benoemd. Uiteindelijk gaat hij overstag.

Na aanvankelijk op school gewoond te hebben, verhuizen de Het Jonks naar Woudenberg. Van daaruit ontwikkelt zich een nieuw muziekleven. Als dirigent, maar ook als organist; jarenlang was Het Jonk kerkorganist in de gereformeerde gemeente van Amersfoort. Ook die functie heeft hij echter een aantal jaar geleden neergelegd.

Aparte wereld

Dat hij zelf ook als gevoelsmens bezig is geweest, blijkt volgens hem uit de manier waarop hij de muziek benadert. „Ik heb de mensen altijd dichter bij het Woord willen brengen. Daarom moet je de tekst uitbeelden: harder, zachter, ingetogen, uitbundig. Het liefst hoor ik na afloop van een kooruitvoering dat de tékst van het gezongene mensen wat heeft gedaan.”

Ondanks de dorens en de stekels had Het Jonk de muziek nooit willen missen. „Het is een schitterend beroep. Met mensen samen zingen is zó mooi. Het brengt eenheid. Ik zie zingen als een gave die overgebleven is uit het paradijs.”

Dat heeft hij in de achterliggende veertig jaar ook over willen dragen aan zijn leerlingen, van wie sommigen -onder wie Martin Mans, Peter Wildeman en Arie Kortleven- inmiddels bekend zijn geworden. „Ik heb mijn leerlingen en koorleden vooral de liefde voor de muziek willen bijbrengen. Waarbij ik altijd heb benadrukt dat muziek maken op een eerlijke en oprechte manier moet gebeuren, zonder foefjes of spelletjes, en ook niet voor het geld.”

Gaat de 60-jarige, die zegt nog vitaal te zijn, de muziek dan niet missen? „Heel erg.” Toch heeft hij nog geen plannen. Hoewel. „Ik heb nog één wens, maar die z al waarschijnlijk nooit meer in vervulling gaan. Ik zou nog graag een keer een kamerkoortje oprichten met zestien mensen, van alle partijen twee, om klassieke werken mee te zingen.” Wat hij dan zou gaan uitvoeren? „Vooral heel veel Bach.”

 

Afscheidsconcert

Er is in 2008 een afscheidsconcert georganiseerd, door een ander koor van Cees het Jonk, in de Bovenkerk te Kampen. Hier is een linkje naar de opname van die avond, zoals die beschikbaar is up YouTube.

 

„Nee, het is geen cd van Klaas Jan''

Dirigent Cees het Jonk viert jubileum met mannenkoor Jeduthun
 

Bron: Reformatorisch Dagblad, dd. 8 november 1994, Interview door Drs. P.J. Vergunst

Klaas Jan Mulder en Goudimel, psalmen en vaderlandse liederen horen al twaalf en een half jaar bij Cees het Jonk en Jeduthun. Met een duidelijk klankplaatje in zijn hoofd staat de Lodenstein- leraar wekelijks voor het interkerkelijke mannenkoor uit Amersfoort. Aan het einde van de avond is de dirigent of helemaal nat of behoorlijk ziek. „De afwerking kost de meeste tijd".

Recent vierde Jeduthun zijn eerste jubileum. Het was in het voorjaar van 1982 dat het christelijke mannenkoor werd opgericht De aaie sloeg direct aan, getuige de vijfentachtig aanwezigen op de oprichtingsvergadering. „Ze kwamen cweral vandaan, om het eenvoudige geestelijke lied te zingen". Inmiddels heeft dirigent Cees het Jonk elke maandagavond zo''n 150 geopende mannenkelen voor zich.

Jongerenkoor

Veel van de jongens zaten ooit bij Het Jonk op het Lodenstein- koor. „We hebben inderdaad veel jeugd. Hoe dat komt? Ik weet het niet Andere mannenkoren zijn best een beetje jaloers op ons. Waarom zoekt de jeugd geen gospel op? Ze komen naar Jeduthun voor het eenvoudige geestelijke lied. Voor mij een raadsel. Ja, er is inmiddels ook een reformatorisch jongerenkoor, wat mij qua repertoire moeilijk lijkt met de geschoolde jeugd van tegenwoordig. Ik zeg niet dat het niet kan, maar het is wel opletten wat je doet De leden kozen voor de naam van Jeduthun, de opperzangmeester. „We wilden een bijbels figuur die met zang te maken had. In die tijd waren er nog geen koren met die naam". Aanvankelijk was Jeduthun in gesprek met gemengde koren die bang waren hun mannen kwijt te raken. „Bestuursleden verweten ons dat we hun mannen zouden stelen. We hebben toen direct besloten mannen die reeds op een gemengd koor zaten, niet toe te laten. Tot op heden is er geen narigheid uit voortgekomen. Er zijn wel mannen bij ons komen zingen die tevens op hun eigen gemengde koor zingen en daar de uitvoeringen meemaken".

Duits en Latijn

Jeduthun noemt zich een christelijk koor en heeft Gods Woord als grondslag in de statuten staan. Het Jonk; „We zingen psalmen, geestelijke liederen en vaderlandse liederen. Dominees en ouderlingen verschillende kerken zitten in een commissie die de muziek toegestuurd krijgt. Hun commentaar op de tekst wordt serieus genomen. Ook wij kunnen iets verkeerd inschatten. Wat is het gemakkelijk om je koor kapot te maken! Ik zou best graag een stukje Duits of Latijn zingen, maar er ligt een besluit alleen Nederlandse teksten te zingen. Wijk je daar bij uitzondering van af, dan komen er toch vragen.'''' 

U loopt dus aan de leiband van de kerkeraden!

,Ach, ieder houdt natuurlijk zijn eigen mening, en dat mag. We willen het graag zo rechts mogelijk houden, ja, zeg maar wat er in onze kring leeft Maar Jeduthun wil ook niet te eng, te benauwd zijn. Je houdt het toch dat sommige leden bepaalde stukken willen zingen; we zijn bang voor oeverloze discussies. Het koor houdt zich aan de psalmen, de geestelijke en de vaderiandse liederen, omdat het een ander koor dan andere wil zijn. Nee, geen Kamper Mannenkoor. Kampen zingt schitterend mooie psalmen en ook het geestelijke lied, maar geeft er verder niet om waar en wat ze zingen, en dat is jammer. We willen geen gospel en ook geen benen van de vloer. Ondanks prachtige doelstellingen zijn er reeds vele mannenkoren vervraterd".

Klaas Jan Mulder

Uw jubileum-cd is voor 80 procent gevuld met arrangementen van Klaas jan Mulder. Dat is beperkt.
„Wat Ik nu ga zeggen, moet je opschrijven! Mijn koorleden riepen: „Het is een Muldercd". Ik: „Vergelijk onze uitvoering maar met die van Mulder, dan hoor je dat het geen Mulder- cd is". Ik heb tegen de mannen gezegd dat het niet moeilijk is achter de computer te gaan zitten en muziek te schrijven. Wat blijkt echter veelvuldig te gebeuren? In de muziek voor mannenkoor die ik krijg thuisgestuurd, staan psalm-arrangementen. Leg je die muziek naast reeds bestaande, dan blijkt dat er drie noten veranderd zijn, terwijl de eigen naam erboven is gezet Waarom wordt de man die de muziek schreef, niet de eer gegeven die hij verdient? Waarom ga je zelf zitten rommelen terwijl je geen contrapunt of harmonieleer hebt gehad? Er wordt klakkeloos over geschreven, tot aan allerlei parallelfouten toe. Ik ben geen Mulder-fan, hoewel ik zijn koor bewonder. Als ik van iemand een compositie vind die hij zelf heeft geschreven en die me aanspreekt, dan neem ik die. Daarom zingen we veel van Klaas Jan Mulder".

Wat is het mooie van de arrangementen van Mulder?

„Ik denk altijd een beetje aan een verdraaide Goudimel, het is geen Romantiek, recht; voor zijn raap, mooie akkoorden, passend bij de tijd en het klinkt niet koud. Vergelijk het met de psalmzettingen van Goudimel. Dat is toch ook een kunstenaar. Mulder schrijft zo recht dat een psalm klinkt. Dat heb ik altijd gewaardeerd. De psalmen van Feike Asma hoeven voor mij niet zo; ik zie wat de muziek betreft altijd de lijn van Mulder en Goudimel, de uitvoering moet je zelf weten. Mooi strak en toch een goede harmonie. Heel bijzonder. Ik zeg het eerlijk".

Psalmbewerkingen

„Ik ken geen betere psalmbewerkingen voor mannenkoor dan die van Mulder. Psalm 27 en 54 is wat overromantisch, heeft wat meer gevoeligheden, wat tertsjes, maar is toch wel leuk om een paar keer te zingen. De mannen hadden ''m gehoord en vonden het prachtig. Ik vond hem ook wel mooi, maar zei toch: „Pas op. Als we te gevoelig zingen, met een bibberstemmetje, een tremulantje erbij, lopen de tranen straks over je wangen". We hebben nu met Mulder afgesproken dat hij voor ons '' ook Virat onbekende psalmen gaat maken. Er is weinig mannenkoormuziek in ons denkwereldje. Als het er al is, lijkt het ontzettend op elkaar. Als ik zing, wil ik de tekst met de stem uitbeelden. Kijk, er zijn organisten die spelen muziek en er zijn er die maken muziek Iemand die speelt is wellicht een kunstenaar, maar iemand die er wat van zichzelf inlegt hoe eenvoudig ook, die maakt muziek. Ik hoor liever iemand die wat durft, die niet achter een ander aanloopt Als dirigent leef ik me in in de tekst Wat staat er, wat gebeurt er? Ik probeer de man neer te zetten, een tekst te vertellen. Je mag het woord toneelstuk niet overal noemen, maar je moet je de tekst wel inbeelden. "Er komen mannen naar me toe die zeggen de psalmen zondags inmiddels anders te zingen. We letten op de woorden: is het een gebed? Kan het vlugger of langzamer? Dan ga je nadenken wat je zingt Dat wil ik In de kerk ook, wat men er ook van zegt. In Amersfoort waar ik organist in de gereformeerde gemeente ben,schrokken ze ook, toen ik het orgel hard en zacht liet gaan, liet bulderen en achter de mensen aandrong, wat stuwkracht deed voelen. De mensen gaan daardoor meedoen. Zingen is iets vertellen door middel van klanken, er moet iets overkomen".

Dirigent

Hoe belangrijk is de dirigent voor een koor?
„Ik denk dat een dirigent alles is".

Alles?
,,Alles".

Dat kon het koor beter zeggen dan de dirigent zelf.
„Natuurlijk moet je de mannen mee hebben, moet je het materiaal mee hebben. Je kunt een koor breken of opbouwen, en dat laatste is hard werken. Je kunt ook steeds je zin doordrijven. Dat ik het zelf zeg, moet je relativeren, dat snap ik wel, maar het is een koud kunstje om 150 mannen even op te zwiepen. De vorming van de stemmen kost veel meer inspanning".

U staat bekend als streng?
„Dat zeggen ze, ja. Ik laat de mensen hard werken, dat wel. Ik heb op een koor gezeten waar de vrouwen breiden. Dat is niets. Je komt op een koor om te zingen of je komt niet Ik ben na een repetitie altijd helemaal nat. Ben ik dat niet, dan ben ik ziek geweest Volmaakt zingen kan niet op een amateurkoor, en je moet daarom erg hard werken om het een beetje leuk te maken. De dirigent moet een klankplaatje in het hoofd hebben: zo zou ik mijn koor willen laten klinken. De afwerking kost de meeste tijd. Er zijn wel eens mannen om weggegaan".

Eer van God

„Ik zou niet graag een mannenkoor van een ander overnemen, maar er mag wel een ander voor Jeduthun. Als ik ermee zou stoppen, zou ik als lid best mee willen zingen. Het is verkeerd te spreken over „mijn koor", te beweren dat het koor inzakt als jij weg bent".

Hoe wilt u vormend bezig zijn?

„Wij zingen met iets meer tekstuitbeelding dan andere koren. Dat kan wel eens wat werdreven zijn, maar soms voel ik dat het zo moet Het is dan soms wel iets te gevoelig, maar toch ook een stukje van mezelf. Dat voel je. Is het dan niet te dramatisch? Ja, wellicht maar het klinkt als muziek in m''n oren".

Veel koren als de uwe zeggen tot eer van God te zingen, maar op vrijwel alle koren is narigheid over bet repertoire, de kleur van de kleding enzovoorts. Kunt u dat rijmen?
„Het eerste wil ik direct beantwoorden: Zingen tot eer van God doen wij niet Dat is geen vroom praatje, maar daar houd ik niet van. Als de voorzitter wel eens in z''n dankgebed zegt dat we vanavond t o t eer van God gezongen hebben, houd ik ''m even aan. Zo''n uitspraak vind ik goedkoop. We zijn met elkaar bezig psalmen te zingen, geestelijke en vaderlandse liederen, en we doen dat allereerst als sociale activiteit Daarnaast willen we, gezien onze doelstelling, het Woord van God door middel van zang en muziek uitdragen''''.

Wonder

„Je kunt inderdaad, zoals wij deden, in het booklet zetten dat je Gods lof uitdraagt maar dan moet je het wel wéten. En daar zet ik een vraagteken achter. Als je tot eer van God zingt dan kun je niet meer zingen. Je kunt ook met je hart zingen, jazeker, maar dat al die 150 mannen en de dirigent tot eer van God staan te zingen, gaat er bij mij niet in. Het zal een wonder zijn als er één met tranen in zijn ogen een stukje van die tekst meebeleeft Laten we heel eerlijk zijn: als we een avond in een mooie kerk zingen, Arie Kortleven doet het goed achter het orgel, het koor heeft aardig gezongen en ik ben er ook goed in geweest dan stond ik daar niet te zwaaien tot eer van God. Het bestuur en de mannen vragen elkaar of ze lekker gezongen hebben. En wat dat gezeur betreft dat maak je inderdaad overal mee, maar wij kennen het niet Er is wel eens onenigheid over het repertoire, maar dan wordt het eerlijk besproken. Soms heb je even een felle discussie, dat wel. Ik durf te zeggen dat er op dit interkerkelijke koor een band is".